Tasjliech is een joods ritueel tijdens Rosj haSjana (het Joodse nieuwjaar). Sommigen van ons stoppen broodkruimels in hun zak, anderen nemen een steentje mee. We spreken de woorden van de profeet Micha: “U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.” (Micha 7:19)
Het is een prachtig beeld. We staan aan de oever. Het water stroomt. We laten iets los. We keren terug, lichter dan we gekomen zijn. Maar wat laten we eigenlijk los? Want daar zit een gevaar in. Als we Tasjliech verkeerd begrijpen, lijkt het alsof we onze fouten gewoon in het water kunnen gooien. Alsof de EEUWIGE zegt: “Maak je geen zorgen, alles is verdwenen.” Dat is niet wat het jodendom leert. Het jodendom kent geen magische handelingen die verantwoordelijkheid uitwissen. Geen ritueel, geen gebed en geen vastendag kan ongedaan maken wat wij andere mensen hebben aangedaan. Tesjoeva (berouw of inkeer) begint juist met het tegenovergestelde: erkennen dat wij verantwoordelijk zijn. Maimonides schrijft dat iemand pas werkelijk tesjoeva doet wanneer hij/ zij zijn/ haar fout erkent, er spijt van heeft, herstel probeert te brengen en, wanneer dezelfde situatie zich opnieuw voordoet, een andere keuze maakt. Tasjliech is dus geen ontsnapping. Het is een herinnering. Een herinnering dat onze fouten ons niet voor altijd hoeven te definiëren. Er bestaat een mooi chassidisch verhaal over een leerling die zijn rebbe vroeg: “Als De EEUWIGE mijn zonden vergeeft, waarom voel ik mij dan nog steeds schuldig?” De rebbe antwoordde: “Omdat De EEUWIGE jouw verleden vergeeft, maar jij jouw verleden bent blijven vasthouden.” Dat is precies het spanningsveld waarin Tasjliech staat.
Aan de ene kant mogen wij niet blijven leven onder het gewicht van alles wat verkeerd ging. Aan de andere kant mogen wij ook niet doen alsof het nooit gebeurd is. Het verschil tussen schuld en verantwoordelijkheid is misschien wel een van de belangrijkste lessen van Rosj Hasjana. Schuld zegt: “Ik bén slecht.” Verantwoordelijkheid zegt: “Ik héb iets verkeerd gedaan en daarom kan ik het beter doen.” Dat zijn twee totaal verschillende houdingen. Wie alleen schuld voelt, raakt verlamd. Wie verantwoordelijkheid neemt, kan veranderen. Daarom is het zo betekenisvol dat Tasjliech niet in stilstaand water gebeurt, maar bij stromend water. Een rivier blijft niet staan. Water beweegt. Zoals Psalm 1 spreekt over een boom die geplant staat aan stromend water, zo worden ook wij uitgenodigd om in beweging te blijven. Niet vast te blijven zitten in gisteren. Maar ook niet gisteren te ontkennen. In onze tijd zien we vaak twee uitersten. Sommige mensen blijven zichzelf levenslang straffen voor één fout. Anderen weigeren iedere verantwoordelijkheid en zeggen eenvoudig: “Dat is nu eenmaal gebeurd.” Het jodendom kiest geen van beide. Het zegt: Ja, je hebt fouten gemaakt. Ja, je moet daarvan leren. Maar nee, je bent niet voor eeuwig die fout. Dat zien we al bij Adam en Chava. Na hun overtreding verlaten zij de tuin. Maar De EEUWIGE vernietigt hen niet. Hij maakt zelfs kleren voor hen. Dat detail is ontroerend. Voordat zij de wereld ingaan, zorgt De EEUWIGE ervoor dat zij aangekleed zijn. Er is oordeel. Maar er blijft ook zorg. Zo is De EEUWIGE. En zo worden wij uitgenodigd ook naar elkaar te kijken. Niet door fouten goed te praten. Maar ook niet door mensen voor altijd op hun slechtste moment vast te pinnen. Een van de mooiste uitleggen van Tasjliech komt van rabbijn Samson Raphael Hirsch. Hij schrijft dat wij niet letterlijk onze zonden weggooien. Wij gooien de neiging weg om steeds weer dezelfde fouten te maken. Dat is een groot verschil. Want de herinnering blijft. Maar de macht van die herinnering hoeft niet te blijven. Misschien kent u dat uit uw eigen leven. Misschien hebt u ooit iets gezegd dat een relatie beschadigde. Misschien hebt u een kans laten liggen. Misschien hebt u iemand niet geholpen terwijl dat wel had gekund. Die geschiedenis kunnen wij niet in de rivier gooien. Maar wij kunnen wel besluiten dat die geschiedenis niet langer bepaalt wie wij morgen zullen zijn.
Tasjliech gaat daarom niet over vergeten. Het gaat over bevrijden. De Talmoed zegt dat oprechte tesjoeva zelfs opzettelijke overtredingen kan veranderen in verdiensten. Dat klinkt bijna ongelooflijk. Hoe kan een fout ooit een verdienste worden? Omdat iemand die werkelijk verandert, door zijn fouten wijzer, milder en menselijker wordt. Soms worden juist onze grootste mislukkingen de bron van onze grootste compassie. Wie zelf gevallen is, begrijpt beter hoe moeilijk het is om weer op te staan.
Misschien is dat wel de diepste betekenis van Micha’s woorden. God werpt onze zonden in de zee. Niet omdat ze nooit bestaan hebben. Maar omdat Hij weigert ons eraan vast te ketenen. En als De EEUWIGE dat doet… hoe zouden wij dan het recht hebben om onszelf of anderen voor altijd gevangen te houden? Toch blijft één ding over. Verantwoordelijkheid. Wanneer wij straks aan het water staan, laten wij dan niet denken: “Mijn fouten zijn verdwenen.” Laten wij liever denken: “Mijn verleden hoeft mijn toekomst niet langer te beheersen.” Dat is iets heel anders. Want wanneer wij straks teruglopen van het water, keren wij terug naar dezelfde wereld. Naar dezelfde partner. Dezelfde kinderen. Dezelfde collega’s. Dezelfde buren. Dezelfde conflicten. Er is niets veranderd… behalve hopelijk wijzelf. En dat is precies waar Rosj Hasjana om draait:Niet dat de wereld in één dag nieuw wordt.
Maar dat wij opnieuw beginnen.
Met een zachter hart.
Met eerlijkere woorden.
Met meer moed om excuses aan te bieden.
Met meer bereidheid om te luisteren.
Met meer liefde voor de mens tegenover ons.
Tasjliech is daarom geen einde.
Het is een begin.
Wij gooien niet onze verantwoordelijkheid in het water.
Wij gooien onze wanhoop weg.
Wij gooien onze zelfveroordeling weg.
Wij gooien het idee weg dat verandering onmogelijk is.
En vervolgens keren wij terug naar huis.
Niet zonder verleden.
Maar mét toekomst.
Lesjana tova tikatevoe.
Moge wij allen worden ingeschreven voor een jaar waarin wij leren onze fouten los te laten, zonder ooit onze verantwoordelijkheid los te laten. Amen.
Dit stuk is geschreven door Peter Luijendijk, rabbijn
